BORCULO – Op maandagmorgen 12 april waren overal in Borculo kleine groepjes kinderen te zien. Druk bezig zijn ze gewapend met schuursponsjes en koperpoets. Een dag eerder vond in Westerbork de herdenking plaats van de bevrijding van het kamp zesenzeventig jaar geleden. Verschillende overlevenden komen aan het woord zoals de Nederlandse rabbijn Ies Vorst. Tweeëntachtig jaren telt hij. Toen de bevrijding kwam was hij niet veel jonger dan de kinderen die in Borculo vandaag de Stolpersteine hebben gepoetst.

Dit bericht gaat verder onder de advertentie

Wie in het centrum van Borculo rondloopt, struikelt haast over de Stolpersteine,: stenen die herinneren aan de Joodse Borculoërs die in de Tweede Wereldoorlog werden omgebracht. De Stolpersteine zijn geplaatst vanuit het initiatief van stichting Synagoge Borculo en de Historische vereniging Borculo.

Stolpersteine zijn kleine gedenksteentjes  van geel koper in het plaveisel. Elk steentje draagt een naam om te gedenken. Gedenken is verhalen. Verhalen vertellen en naar verhalen luisteren en leren van wat er kon gebeuren ook in een gemeenschap als die van de kleine Berkelstad Borculo.

Eén van die verhalen is dat van een meisje dat Erika Löwenberg heette. In de tweede helft van de dertiger jaren wisten haar ouders met hun beide kinderen en een oude grootvader aan de gruwel van het nationaalsocialisme te ontsnappen. Vader ging met de fiets de boer op en moeder zat thuis te naaien en in de Joodse gemeenschap werden ze met open armen ontvangen.

Erika ging naar school en elke dag kwam ze voorbij het huis van de bakker. Daar stond haar vriendinnetje Hennie Veldink haar al op te wachten en samen liepen ze dan verder. Erika schreef in het poesiealbum van Hennie een gedichtje en de stichting Borculo, beleef de Berkelstad liet het op een plaquette zetten. Als je langs de Synagoge van Borculo gaat, kun je de tekst lezen.

Lieve Henny.
            Als je soms in latere tijden,
            Dit album eens doorziet
            Wil dan aan mij blijven denken
            Als je deze letters ziet,
            ‘k Mocht eens ver van je af zijn
            Of rusten in het graf.
            Blijf dan aan mij denken.
            Die je deze letters gaf.

De kinderen van groep 8 van de St. Jorisschool poetsen ieder jaar de 65 gedenksteentjes in de straten van Borculo. Tijdens de gastles door Peter Nieuwenhuis, de voorzitter van stichting Borculo, beleef de Berkelstad en de Historische Vereniging Borculo, zijn de kinderen doodstil. Ze staan open voor wat hen wordt verteld over de Joodse kinderen van Borculo die niet meer terug kwamen. Er wordt verteld over de synagoge, over meester Hartog Noot en over de 5-jarige Rita Spanjar. Rita werd in 1942 met haar ouders in een overvalwagen afgevoerd. Toen haar knuffelbeer net voor het instappen viel, werd de knuffel door de SS’er de vrachtwagen ingesmeten. En Rita er vervolgens even ruw achteraan. Negen dagen later werd ze in Auschwitz vermoord.

Daarna neemt Henk Teeuwen, die in Borculo de Joodse familiegeschiedenissen optekent, de kinderen mee naar de synagoge waar Siebe uit groep 8 met heldere stem het gedichtje van Erika laat horen.

Enkele bestuursleden van de Stichting Synagoge Borculo zijn uiteraard aanwezig om samen met de leerkrachten het poetsen te begeleiden.

De Borculose Stolpersteine zijn weer goed te zien en te lezen.

De kinderen zijn een stapje dichterbij hun eigen geschiedenis gekomen en Borculo gedenkt.